Voor een verhaal is men bereid (veel) te betalen.

De introductie van de Fender Precision Bass in 1952 als eerste in serie geproduceerde elektrische basgitaar mag gerust een succesvolle innovatieve doorbraak genoemd worden. Leo Fender ontwikkelde de Precision Bass ”to free the bassplayer from his doghouse” zoals hijzelf de contrabas pleegde te noemen. Weg met intonatieproblemen (vandaar de naam ‘Precision’), beperkt geluidsvolume en gedaan met het ‘gesleur’.

De daaropvolgende decennia werd het concept van de elektrische bas door verschillende grotere en kleinere instrumentenbouwers verder verbeterd. Sommige wijzigingen waren eerder evolutionair van aard (materiaalkeuze, constructie, vorm, …), andere meer revolutionair (toevoegen van actieve elektronica, 5 & 6 strings (“or any number you like for that matter”). Tegelijkertijd zochten sommige vooruitstrevende bassisten naar nieuwe speelwijzen (2 tot 5 rechterhandvingers, slapping, tapping, …).

De meeste bassisten volgden gretig de evoluties en lieten zich vaak verleiden om het allernieuwste te bespelen. Tot de jaren 2000 zagen de meeste bassen op de podia er dan ook ‘nieuw’ uit. De uitzonderingen lieten zich verklaren. Tegen gitarist Rory Gallagher’s agressieve zweet bleek bijvoorbeeld geen enkele gitaarlakverf bestand; zijn zweet was dermate zuur dat het als een soort ‘verfafbijt’ fungeerde. Om dezelfde reden speelt bassist Etienne Mbappé met zwarte zijden handschoenen.

Maar het laatste decennia zien we op de podia en in de studio’s een omgekeerde trend: hoe ouder en afgeleefder de bas eruit ziet, des te beter.

Vanwaar die kentering?

Uiteraard kent de oude basklank een revival. De vintage-trend is nu zeker ook aanwezig in de elektrische instrumentenwereld (wat al lang het geval was voor klassiekere instrumenten).

Maar naast het auditieve element is vaak het visuele aspect minstens even belangrijk. Een afgeleefd instrument heeft een verhaal te vertellen. Het is veel en intensief bespeeld geweest, heeft veel podia doorstaan en heeft misschien veel ‘lovers’ gehad (lees ‘bespelers’). M.a.w. zo’n aftandse bas is lekker rock’n roll, ongeacht welke muziekstijl je speelt en het verhoogt op zijn minst one’s credibility .

Door de grote vraag naar oude instrumenten swingen de tweehandprijzen voor de oudere, goede bassen de pan uit. Fabrikanten spelen hier op in door op nieuwe bassen ‘forced aging’ in verschillende gradaties toe te passen. Tot en met verroeste hardware als je dat wenst. Het zal je niet verwonderen dat de prijs van een ‘forced aged’ instrument meestal een pak hoger is dan die van het oorspronkelijke instrument.

Bij gitaren gaat men nog een stap verder. Men maakt ‘replicas’ tot in de kleinste details van gitaren van bekende gitaristen. Elke kras, schade, verfslijtage, stikkers en andere customisaties. Twee voorbeelden die me zijn bijgebleven: Joe Strummer’s Telecaster en Andy Summer’s Telecatster. Je bent de trotse eigenaar voor een prijs tussen $10.000 …$15,000 (elk afzonderlijk) of zo een factor 10 tot 20 maal (inderdaad factor 20) van de prijs van een goede doorsnee Telecaster.

Uiteraard kruipt er heel wat gespecialiseerde handenarbeid in die instrumenten, maar op het einde van de rit betaalt men toch maar voor het verhaal, een verhaal dat het instrument zelf niet eens heeft meegemaakt. Het blijft een replica, nietwaar?

How’s that for paying for a story?

Lees in die context ook nog even: Tiger Woods and bass heroes; or what do sports and music equipment have in common?

Advertisements